Maatschappelijk klimaat
- De financiële en economische crisis is geen zaak van bankiers en economische analisten alleen, het beroert de mensen. De Vlamingen maakten zich in 2009 duidelijk meer zorgen over hun gezin en hun werksituatie. De werkloosheid werd in 2009 als belangrijkste maatschappelijke probleem ervaren (van 11de plaats in 2008 naar 1ste plaats in 2009) (figuren 1.4, 1.7 en 1.8).
- Het maatschappelijk weefsel is echter niet aangetast:
o Wat de participatie aan het maatschappelijk leven betreft, scoort Vlaanderen vrij goed. Vrij stabiele cijfers voor de participatie aan de kunsten, het verenigingsleven en sport (o.a. figuren 3.1, 3.3, 3.4, 3.11, 3.60). Er bestaan echter nog sociaal-maatschappelijke kloven. Lager opgeleiden en lagere inkomensgroepen participeren op alle maatschappelijke terreinen veel minder (o.a. figuur 7.23).
o Een vijfde van de Vlamingen helpt of verzorgt meerdere keren per jaar een zieke, bejaarde of gehandicapte persoon (figuur 1.12). Zonder deze inzet zouden de zorgvoorzieningen nog met grotere problemen te kampen krijgen. Ondanks de vele inspanningen en de uitbreiding van de capaciteit van de welzijns- en gezondheidsvoorzieningen, kan het aanbod de vraag niet voldoen (zie hoofdstuk 3.6).
o Vlamingen zijn nog solidair: 40% van de Vlamingen stort jaarlijks minstens voor een goed doel en 2 op 3 verleent op een andere manier steun aan een hulporganisatie (figuur 1.13).
- Vlaanderen evolueert meer en meer naar een multi-etnische samenleving (1 op 10 van de Vlaamse bevolking is ondertussen van vreemde herkomst). Ondanks de groeiende participatie aan inburgeringprojecten, slagen we er vooralsnog niet in de nieuwe Vlamingen volwaardig te laten participeren. Hun maatschappelijke positie op een aantal belangrijke levensdomeinen is minder gunstig dan die van autochtone Vlamingen o.a. op vlak van opleiding, tewerkstelling, inkomen, woonkwaliteit, gezondheid en deelname aan maatschappelijke en culturele leven (figuur 3.202).
- Meer en meer Vlamingen beseffen dat de kwaliteit van hun leven er fors op vooruit kan gaan als ze minder risicovol gedrag vertonen. Gunstig is alvast dat het aantal rokers afneemt en het alcoholgebruik daalt. Ook het aantal dodelijke ongevallen loopt terug. Met het overgewicht gaat het echter de verkeerde kant op (zie hoofdstuk 3.5).
Economisch en arbeidsmarktklimaat
- Heel wat reeksen in dit VRIND rapport lopen tot 2008 en 2009 en geven daardoor de impact van de economische en financiële crisis weer. Uiteraard is dit zichtbaar in de economische luiken van dit rapport: daling bbp, terugval export, toename werkloosheid (zie hoofdstuk 1.2, 2.2 en 2.3) maar ook in andere hoofdstukken valt op hoe hard de crisis heeft toegeslagen:
o de stagnatie van het toerisme in 2008 (zie hoofdstuk 3.3);
o de terugval op de woningmarkt en dan vooral de nieuwbouw (figuren 4.25 en 4.26);
o de forse daling van het wegvervoer (-21%), de binnenvaart (-16%), goederentrafiek via luchthavens (-30%) en zeehavens (zie hoofdstuk 5).
- De crisis is hoe dan ook geen excuus voor een aantal structurele problemen waarmee we geconfronteerd blijven:
o de beperkte (en late) instroom van jongeren op de arbeidsmarkt in vergelijking met de (vervroegde) uitstroom van oudere werknemers(figuren 2.55 en 2.56);
o de lage werkzaamheidsgraden bij ouderen, laaggeschoolden en allochtonen (figuur 2.59);
o de zware hypotheek die sociale afkomst nog legt op de opleidingskansen van jongeren (figuren 2.18, 2.19 en 2.28);
o de moeilijkheid om nieuw ondernemerschap aan te trekken en dit bij diverse doelgroepen zoals vrouwen, ouderen en vreemdelingen te stimuleren (figuur 2.97);
o het verlies van marktaandelen wereldwijd en in het bijzonder bij de groei-economieën (BRIC-landen) (figuur 2.113, 2.114 en 2.115);
- Ondertussen trekt de economie terug aan en hebben we een aantal troeven waar verder op ingezet kan worden:
o de toenemende scholingsgraad van de bevolking waar we – zeker voor de jongere generaties – tot de top behoren (figuren 2.15, 2.16 en 2.27);
o de stijging van het menselijk potentieel op het gebied van O&O: meer generatiestudenten en doctoraten, toename O&O personeel in private en publieke sector (figuur 2.125), hoge tewerkstelling in creatieve beroepen (figuur 2.103) en hoogtechnologische diensten (figuur 2.102);
o stijging van de output zowel op het gebied van octrooiaanvragen als publicatieoutput (4de plaats) (figuren 2.128 en 2.129);
o de goede score inzake vernieuwende productieprocessen en lopende innovatieactiviteiten (figuur 2.104);
o de groei van de tewerkstelling en/of de toegevoegde waarde in de doorbraaksectoren zoals gezondheid en logistiek (figuur 2.107).
- Zelfgenoegzaamheid is zeker niet op zijn plaats:
o onze welvaart is hoog maar onze buurlanden doen het beter (figuur 1.30);
o Vlaanderen kent een innovatieve en creatieve economie maar is vooralsnog geen topper (figuur 2.102);
Uitbannen van armoede en sociale uitsluiting
2010 is het Europees jaar van de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting. Vlaanderen wil de armoede en sociale uitsluiting terugdringen tot op het niveau van de best presterende Europese landen, de inkomenssituatie van de armste gezinnen verbeteren en de kinderarmoede halveren:
- Europees vergeleken horen we bij de best presterende landen en regio’s op het vlak van inkomensverdeling, materiële deprivatie en betalingsachterstand (figuren 7.4, 7.8 en 7.12).
- Dit betekent niet dat er zich op het vlak van armoede en sociale uitsluiting geen problemen stellen:
o 780.000 Vlamingen leven met een inkomen onder de armoededrempel, 900.000 geven aan moeilijk te kunnen rondkomen. Dit aantal daalt niet of niet genoeg (figuur 7.1). Meer mensen geven aan moeilijk rond te komen (figuur 7.5).
o Het probleem treft bovendien bepaalde bevolkingsgroepen extra hard: alleenstaanden, eenoudergezinnen, laagopgeleiden en niet EU-burgers (figuur 7.6). Inzake kinderarmoede is het verontrustend dat het aantal kinderen, geboren in kansarme gezinnen, blijft toenemen (figuur 7.24).
o Het armoedeprobleem heeft gevolgen op meerdere maatschappelijke domeinen. Mensen met een laag inkomen hebben vaker problemen om huishuur of energiefactuur te betalen en wonen vaker in huizen van mindere kwaliteit (figuur 7.9 en 7.20). Zij beoordelen de eigen gezondheid minder goed, ook op mentaal vlak (figuur 7.21) en participeren beduidend minder aan cultuur, sport, het verenigingsleven en de politiek (figuur 7.23).
Kwalitatieve leefomgeving
De verstedelijking zet zich in Vlaanderen steeds verder door. Verstedelijking betekent niet alleen een toenemend beslag op de open ruimte maar ook een toenemende druk op het leefmilieu.
- Als we de beschikbare ruimte kwalitatief gebruiken hoeft dit niet direct een probleem te zijn. De jongste jaren zijn heel wat inspanningen geleverd om de leefkwaliteit te verbeteren. Zo werden o.a. 16 stadsbosprojecten opgestart en nam de oppervlakte natuur, bos en groen de jongste 15 jaar met 14.600 hectare toe (figuur 4.15). De sanering van verontreinigde gronden (figuur 4.87) zit ondertussen op schema en steeds meer huishoudens worden aangesloten op het rioleringsnet figuur 4.86).
- Er zijn aanwijzingen dat de inspanningen voor een beter leefmilieu vruchten afwerpen. Zowel de luchtkwaliteit (figuren 4.92 tot 4.95) als de kwaliteit van het oppervlaktewater (figuur 4.85) en de bosgezondheid (figuur 4.99) gaat er op vooruit.
- Cruciaal voor een duurzaam leefmilieu is de wijze waarop we omspringen met energie. We kunnen moeilijk stellen dat Vlaanderen een energiezuinige samenleving is. We kennen samen met Finland de hoogste energie-intensiteit van Europa. Toch treedt ook hier een kentering op (figuur 4.120). Sinds 2005 neemt het energiegebruik af. De energie-intensiteit lag in 2008 bijna 10% lager dan in 1990 en er is een duidelijke ontkoppeling van energiegebruik en economische groei. Het kan echter nog beter zeker wat het energiegebruik van het gebouwenpark en de transportsector betreft.
- Het aandeel personenwagens in de modale verdeling neemt langzaam af ten voordele van collectief vervoer per bus of trein (figuren 5.8). De trend voor het goederenvervoer is nog onduidelijk (figuur 5.25). Het aandeel verliesuren ( figuur 5.32) lag in 2009 lager op de hoofdwegen, hoewel de filezwaarte nog toenam (figuur 5.31).
Meer informatie:
Luc Bral (02/553.51.39)
Studiedienst van de Vlaamse Regering
Downloads Vrind 2010