Discussie belang IT-rangschikking
Het nieuwe regeerakkoord, alsook de “Beleidsnota Media 2009-2014” vermelden volgende doelstelling van de Vlaamse Regering: “Vlaanderen wil tegen 2020 uitgroeien tot een vooruitstrevende informatiemaatschappij” of nog “Vlaanderen ambieert terecht een koppositie met betrekking tot de informatiemaatschappij”. In het kader van deze doelstelling is het noodzakelijk om na te gaan hoe Vlaanderen zich tegenover andere regio’s verhoudt met betrekking tot zijn ICT-infrastructuur en –gebruik.
Omdat de Europese Commissie, maar ook de Vlaamse regering, ICT of bepaalde aspecten ervan zien als één van de middelen om de economische crisis te lijf te gaan, lijkt deze de ‘connectivity scorecard’ een zeer geschikte indicator. Deze indicator maakt gebruik van bestaande internationale statistieken over de ICT-infrastructuur, over het ICT-gebruik en de ICT-vaardigheden bij burgers, in bedrijven en bij de overheid. Omdat de verschillende ICT-indicatoren uit de verschillende cellen een andere impact hebben op de economische groei, worden de samenstellende indicatoren gewogen. De samenstellende indicatoren hebben naargelang de indicator betrekking op het jaar 2006, 2007 of 2008.
Noot: De ‘connectivity scorecard’ wordt anders berekend voor de ‘innovatiegedreven economieën’ en de ‘economieën die zich richten op hun hulpbronnen en op hun efficiëntie’. Omdat België behoort tot de ‘innovatiegedreven economieën’ hebben we het alleen over de landen die tot deze groep horen.
Rangschikking
Binnen de groep van de innovatiegedreven economieën bevindt België zich op de 17e plaats van de 25 landen. Dit verwondert de auteurs:
“Overall Belgium is a mediocre performer on the Scorecard. Indeed, its performance on the Scorecard and other ICT indices are surprising given that it is often associated with the Netherlands, which tends to be a strong performer on these measures. It is unclear whether there are cultural factors or aspects of economic structure that mar Belgium’s performance and prevent it from obtaining a Connectivity ranking that accords with its relative affluence.”
Tabel 1: De scores voor de ‘connectivity scorecard’ voor de innovatiegedreven economieën
| Verenigde Staten |
7.71 |
Hong Kong SAR |
5.33 |
| Zweden |
7.47 |
Frankrijk |
5.22 |
| Denemarken |
7.18 |
Nieuw Zeeland |
4.85 |
| Nederland |
6.75 |
België |
4.65 |
| Noorwegen |
6.51 |
Korea |
4.17 |
| Verenigd Koninkrijk |
6.44 |
Italië |
3.99 |
| Canada |
6.15 |
Tsjechië |
3.71 |
| Australië |
6.14 |
Spanje |
3.49 |
| Signapore |
5.99 |
Portugal |
3.02 |
| Japan |
5.87 |
Hongarije |
2.72 |
| Finland |
5.82 |
Griekenland |
2.62 |
| Ierland |
5.70 |
Polen |
2.49 |
| Duitsland |
5.37 |
|
|
Men moet opmerken dat België het in deze groep van landen niet goed doet. De groep bevat echter de meeste Europese toppers zoals de Scandinavische landen en Nederland. De middenmoters of de hekkensluiters van Europa zijn minder goed vertegenwoordigd. Dit nuanceert het beeld enigszins: België zit aan de staart in deze landen, maar daarom niet over alle Europese landen. Anderzijds geven deze resultaten aan dat België nog geen koppositie in de informatiemaatschappij heeft veroverd. Ook het contrast met Nederland – dat zeer goed scoort – is moeilijk te begrijpen vanuit de kabelpenetratie van 100% in België en vanuit de vele overeenkomsten met Nederland: “Belgium does not display the same connectivity characteristics as its northern cousins, despite almost 100% cable penetration and its many similarities to the Netherlands.”
Scores op samenstellende componenten
De scores geven de situatie aan bij de consumenten, de ondernemingen en de overheden.
Grafiek 1: België tegenover het land met de beste score op de verschillende componenten van de ‘connectivity scorecard’

Consumenten
België doet het volgens deze index niet goed voor de consumenten.
Binnen deze groep van landen is de score voor de infrastructuur bij de consumenten en voor ICT-gebruik bij de consumenten laag. De gebrekkige score voor de infrastructuur volgt volgens de onderzoekers uit de lage 3 G penetratie (mobiel), uit het middelmatige niveau voor de breedbandpenetratie, uit de slechte penetratie van glasvezelbreedband en uit de afwezigheid van het aanbod van breedband met ultrahoge snelheden door de leidende operator.
Voor vier van de indicatoren voor ICT-gebruik bij de consumenten (1. internetgebruik per 100 inwoners, 2. internetbankieren, 3. PSTN, Mobiele en VOIP minuten per persoon, 4. maandelijkse SMS-berichten per persoon) zijn de scores middelmatig. Alleen de uitgaven voor software zijn relatief hoog bij de Belgische consumenten.
In de ICT-monitor op basis van de cijfers van Eurostat (voor België verzameld door de Algemene directie Statistiek en Economische informatie, FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie) werd geopperd dat Vlaanderen binnen de EU27 matig tot goed scoort voor de traditionele ICT-infrastructuur in huishoudens, maar voor de innovatieve internetaansluitingen blijft Vlaanderen wat achter. Drie van de vijf indicatoren uit de infrastructuurindex van de ‘connectivity scorecard’ betreffen deze meer geavanceerde technologieën: aantal 3G abonnees per 100 inwoners, glasvezelbreedband en breedband met ultrahoge snelheden.
ICT-gebruik is volgens beide studies een aandachtspunt, al gebruiken beide studies verschillende indicatoren.
Ondernemingen
De ondernemingsscores voor België zijn zowel voor de infrastructuur als voor het gebruik middelmatig volgens de auteurs. Het aandeel mensen in IT-beroepen is echter beneden de mediaan voor de landen opgenomen in het onderzoek, terwijl het aandeel van de tewerkstelling in beroepen waarin ICT gebruikt wordt gemiddeld is.
Volgens de ICT-monitor op basis van de cijfers van Eurostat scoort Vlaanderen zeer goed voor ICT-infrastructuur. De indicatoren verschillen op het pc-bezit na danig van de ene naar de andere studie. Terwijl de indicatoren in de ICT-monitor betrekking hadden op basisinfrastructuur zoals computers, een breedbandverbinding en het bezit van een intranet-, extranet- of LAN-verbinding bij ondernemingen van minstens 10 werknemers, gaat het in de studie van de ‘connectivity scorecard’ over het aantal computers per 100 inwoners, over het aantal servers die de encryptietechnologie gebruiken in internettransacties per miljoen inwoners, over de uitgaven per hoofd aan aangepaste software en hardware voor de ondernemingen en de communicatielijnen (‘access lines’) van de ondernemingen per 1000 inwoners. Merk dus op dat de indicatoren in de ‘connectivity scorecard’ berekend worden in functie van het aantal inwoners en niet in functie van het aantal ondernemingen. Dit is verdedigbaar wanneer men eerder de impact van de ICT-infrastructuur op de economie wil bekijken, eerder dan het gebruik van ICT binnen de ondernemingen. Verder geldt ook hier dat de opgenomen landen verschillen in beide studies (zie boven).
Voor ICT-gebruik binnen de ondernemingen verschillen de indicatoren sterk tussen beide studies. Al verschilt de positie naargelang de indicator, toch merken beide studies op dat België of Vlaanderen boven deze gematigde positie moet kunnen uitstijgen op basis van zijn gelijkenissen met andere kenmerken in Nederland (‘connectivity scorecard’) of op basis van de infrastructuur waarover de ondernemingen beschikken (‘ICT-monitor’).
Overheid
België doet het volgens de ‘connectivity scorecard’ niet goed voor e-government. Terwijl de infrastructuur een middelmatige positie laat vermoeden, doet België het heel slecht voor het gebruik van e-government. Infrastructuur werd gemeten via een e-gov rangschikking in ‘Improving Technology Utilization in Electronic Government around the World, 2008’ (Darrell M. West, Governance Studies, The Brookings Institution), via het aandeel van de scholen met een breedbandverbinding en via de uitgaven aan aangepaste software en hardware voor overheden per hoofd. Voor het gebruik zijn er de uitgaven aan aangepaste computerdiensten door overheden per hoofd, het aandeel van de bevolking en het aandeel van de ondernemingen dat deze overheidsdiensten gebruikt. Dat het gebruik van overheidsdiensten door burgers en ondernemingen laag ligt in Vlaanderen volgde ook uit de ICT-monitor.
Besluit
De vergelijking van deze studies laat zien hoe belangrijk het voor de interpretatie van verschillende indexen blijft om de indicatoren achter de index te onderzoeken. Een vanzelfsprekendheid die veelal achterwege blijft in de berichtgeving.
Tenslotte laat ook deze index weer zien dat Vlaanderen een inhaalbeweging zal moeten bewerkstellingen om tegen 2020 uit te groeien tot een vooruitstrevende informatiemaatschappij.
Bronnen: ‘connectivity scorecard’, ICT-monitor
- ‘connectivity scorecard' (Pdf - 966 kB)
- ‘connectivity scorecard’ voor België (Pdf - 351 kB)
- ICT-monitor (Pdf - 1,12 MB)
Op de website van de Studiedienst van de Vlaamse Regering vindt u meer cijfers over ICT-gebruik door burgers en ondernemingen in de sectie cijfers (deel ICT), in de jaarlijkse publicatie VRIND (hoofdstuk ‘Gaan voor kwaliteit en participatie’, deel ‘Media’) en in de 2-jaarlijkse ICT-monitor.
Voor meer informatie:
Marie-Anne Moreas
Studiedienst van de Vlaamse Regering
Tel.: 02/553.51.37